Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Sofie blogt (4)

Herinneringen aan het sterrenkindje
Herinneringen aan het sterrenkindje

Schuld en verdriet

Hoe kan dat nu? Wat heb ik fout gedaan? Overkomt dit ons nu echt? Allerlei vragen spookten door mijn hoofd. Ik was verdrietig en kwaad. Kwaad op het leven omdat het zo hard voor ons was, maar ook kwaad op mezelf. Ik had ons prutske niet kunnen beschermen, wat voor een mama was ik dan wel! Gelukkig was er mijn man. Hij heeft me ontzettend gesteund en stilaan doen inzien dat ik er echt niets aan kon doen.

Drie dagen nadat de dokter had vastgesteld dat het hartje niet meer klopte, moest ik naar het ziekenhuis voor een curettage. Ik moest mij op zondagochtend aanmelden via de spoedafdeling en dan kreeg ik een kamer. En ja hoor, die kamer was op de afdeling materniteit. Dat deed pijn. Weten dat er op die gang enkel mama’s liggen met hun pasgeboren kindjes, terwijl wij afscheid moesten nemen van het onze. Dat was hard.

Het toeval wilde ook dat mijn nicht (die met nieuwjaar aankondigde dat ze zwanger was) net op de dag van ons slechte nieuws bevallen was. Zij lag dus drie kamers verder op dezelfde gang. Een curettage wordt stilaan opgebouwd en dus had ik in de voormiddag nog nergens last van. Wij vonden het onze plicht om mijn nicht met haar baby een bezoekje te brengen. Dat hebben we dan ook gedaan. Daar zat ik dan. Met een pasgeboren kindje in mijn armen terwijl ik goed besefte dat wij ons prutske straks helemaal kwijt zouden zijn.

In de namiddag heb ik onder narcose een curettage ondergaan. Ikzelf weet er niet veel meer van, maar de verpleegsters en mijn man zegden achteraf dat ik enorm heb geweend en smekend heb gevraagd om mijn kindje terug in mijn buik te plaatsen. Op dat moment was het namelijk definitief: ons prutske was ons sterrenkindje geworden.

Omdat ons prutske voor ons al zoveel betekend had, wilden we dit niet zomaar laten voorbijgaan. We wilden graag iets tastbaars, iets van ons prutske. We hebben dan gekozen voor een blauwe doos. Daarin hebben we alle spulletjes van ons prutske gelegd: de echo’s, de kleertjes die we al gekregen hadden, het zwangerschapsdagboek … En tot op vandaag ben ik nog altijd heel blij dat we dat gedaan hebben. Ons prutske zal namelijk voor altijd ons eerste kindje blijven. Bij moeilijke momenten steek ik er een kaarsje bij aan. Dat geeft me zoveel warmte en troost. Want het is zoals mijn broer mooi verwoordde: ‘Tijd heelt geen wonden, tijd leert je leven met je verdriet!’

Het was het begin van het schooljaar en ik werk op het secretariaat van een BuSO-school, dus het was een drukke periode. Twee dagen na mijn curettage ben ik er op het werk terug volop tegenaan gegaan. Werken deed vergeten. Maar kan je zoiets vergeten? Natuurlijk niet. Van 9u tot half 5 ging het wel, maar op de terugweg naar huis in de auto en ook thuis stortte ik telkens weer in. Dat duurde zo wekenlang. Alles herinnerde mij aan ons prutske. Als we frietchips aten, dan dacht ik aan het moment dat we aan Jasons ouders vertelden dat we zwanger waren, want die aten we toen ook. Aten we vis, dan herinnerde dat mij aan het moment vlak voordat we ons verschrikkelijke nieuws kregen. Een zwangere buik in de winkel of op tv zorgde er al voor dat ik in tranen uitbarstte. En het feit dat Jasons broer en zijn vrouw ook zwanger waren (een maand na ons uitgeteld) deed er natuurlijk ook geen goed aan. Telkens als we hen zagen, herinnerde mij dat aan wat wij niet meer hadden.

Het was dan ook in die periode dat alles voor het eerst zwaar begon te wegen op onze relatie. Mijn man zelf kan moeilijk over zijn gevoelens praten en verwerkt het op zijn manier. Hij vond ook dat ik niet genoeg tijd nam om te rouwen. Ieder heeft zijn eigen manier van verwerken, maar het is belangrijk om er als koppel mee om te gaan.

De tijd ging verder en in november kregen we een volgende inseminatie. Toen ging het ook weer beter tussen ons. Het verdriet was niet weg, dat dragen we verder altijd met ons mee, maar er was opnieuw hoop. Hoopvol begonnen we dan ook aan onze tweede inseminatie. Op mijn verjaardag kregen we echter het verdict ‘Sorry, mevrouw, u bent niet zwanger’. Dat kwam wel heel hard aan, maar ergens hadden we het ook verwacht. Het kon immers niet bij elke poging lukken. Dus op naar de volgende. Natuurlijk werd ik in de volgende maanden nog vaak geconfronteerd met mensen die wel zwanger werden en dat – in tegenstelling tot mij – ook konden blijven. De meeste van mijn collega’s zijn immers vrouwen tussen 25 en 35 jaar, de leeftijd dus waarop mensen aan kinderen beginnen. Er zijn vele momenten geweest dat ik mij tijdens de middagpauzes even moest terugtrekken om het fantastische nieuws van anderen te verwerken. Maar ik bleef doorgaan.

Onze derde inseminatie vond plaats begin december. Maar opnieuw kregen we slecht nieuws te verwerken. En bovenop dat slechte nieuws deelden ze ons ook mee dat we de daarop volgende maand geen poging konden doen, want de afdeling ging dicht tussen Kerst en Nieuwjaar. Heel begrijpelijk allemaal, maar het haalde mij wel volledig onderuit. Weer een maand zonder hoop! Weten ze in Genk wel wat dat betekent? Dat is een verloren maand! Hoe komen we die maand door? Bovendien liet een hele goede vriendin van mij weten dat ze zwanger was. Voor het tweede jaar op rij werd het een Kerstmis die we snel wilden vergeten.