Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Mottenballen

mottenballen

Mottenballen!
Met een schok ging Sonja rechtop zitten in bed. Het was de geur van mottenballen!
Toen ze van school kwam, had ze meteen de vreemde geur in huis opgemerkt. Op dat moment kon ze de geur niet meteen thuisbrengen. Onderzoekend had ze haar neus in de lucht gestoken.
‘Waar ruikt het hier naar?’
Haar moeder had lachend de schouders opgehaald.
‘Als zelfs jij het niet weet…’

Dat was waar. Sonja had een ongelooflijk scherpe reukzin. Op school kon ze de internen al tijdens het speelkwartier vertellen wat ze die middag te eten zouden krijgen. Niemand anders kon zo precies de geuren herkennen die uit het keukenraam dreven. Sonja kon nog meer dan dat. Als iemand in de kleedhokken naast de gymzaal een trui had laten liggen, kon zij ruiken van wie die was. Maar dat in de klas vertellen, nee, ze keek wel uit. Een béétje anders zijn is leuk, maar je moet opletten dat je niet als een rare wordt beschouwd.
Thuis moesten pa en ma vaak erg lachen om Sonja’s fantastische geurverhalen. Zij was ook de enige die schoolverhalen kon vertellen. Broers of zussen had ze niet.
‘Heerlijk!’ verzuchtten haar vriendinnen weleens. ‘Altijd alles voor jou alleen.’

Sonja lachte daar dan om. Hàd ze maar een broer of een zus! Dan konden pa en ma zich ook eens met een ander bemoeien. Dan was er iemand om mee samen te spannen of gek mee te doen. Zelfs ruzie maken lukte beter met een broer of een zus dan met je ouders.
Toen Sonja nog klein was, had ze jarenlang om een broertje lopen zeuren. Nu wist ze dat het wel nooit meer zou komen. Er zat iets fout in ma’s buik en de kans was dus uiterst klein. Tot ze die geur had geroken. Een geur die ze eerst niet kon thuisbrengen. Maar nu wel.

Mottenballen!
Met kloppend hart zat Sonja rechtop in bed. Ze wist wat die geur betekende. Er werd in hun huis maar één ding in mottenballen bewaard: de oude doopjurk van oma. Sonja’s moeder en Sonja zelf waren erin gedoopt. Een keer per jaar, bij de grote schoonmaak, haalde haar moeder hem uit de zolderkast en liet haar hand over de fijne stof en de kanten versiersels glijden. Maar nu was er geen sprake van grote schoonmaak. Er kon maar één reden zijn waarom haar moeder de doopjurk had uitgepakt.

Opgewonden sprong Sonja uit bed. Ze moest zich inhouden om niet te gaan juichen. Van de zomer had ze misschien een broer! Ze zou hard met de kinderwagen rijden, zandtaartjes met hem bakken en voetballen. Of zou het een zus worden? Die kon Sonja’s speelgoed erven. Ze zouden samen boodschappen kunnen gaan doen. Sonja hield het niet meer uit.

Op de trap naar beneden bedacht ze nog hoopvol dat de baby het kamertje naast het hare zou krijgen. Ze stormde de woonkamer in, waar haar ouders naast elkaar op de bank zaten te lezen. Ze keken verwonderd op. Sonja struikelde haast over haar woorden van geluk.
‘Hebben jullie mij niets te vertellen?’ vroeg ze lachend.
Haar ouders keken niet-begrijpend op.
‘Toe nou, doe niet zo flauw!’ drong Sonja aan en wrong zich tussen haar moeder en haar vader in. ‘Wanneer komt de baby?’
‘Baby?’ vroeg haar vader.
Sonja schudde boos aan zijn arm. ‘Ja, baby!’ zei ze. ‘Wat ik vanmiddag rook was mottenballenlucht. Die komt toch van de doopjurk?’
‘Kindje toch,’ zei haar moeder. ‘Ja, ik heb vanmiddag de doopjurk uitgepakt.’

Sonja hoorde vaag dat er iets mis was met de toon waarop haar moeder dat zei, maar het drong nog niet tot haar door. Ze bleef verwachtingsvol kijken. Nu zou het komen.
Haar moeder sloeg een arm om Sonja’s schouders.
‘Tante Gerda is in verwachting,’ zei ze. ‘Ik heb haar de doopjurk geleend. Dat vond ik wel een leuk idee.’
Het duurde even voor Sonja het begreep. Ze deed haar mond open en dicht zonder iets te zeggen. Heel langzaam verdween de opgewonden glimlach van haar gezicht.
‘Leuk eh… voor tante Gerda,’ zei ze dof. Ze stond op. ‘Ik ga maar eens naar bed.’

Op de trap voelde ze tranen over haar wangen lopen.
Ik lijk wel idioot, dacht ze. Huilen om een baby die er nooit is geweest.
Maar Sonja wist best dat ze om zichzelf huilde. Ze was en ze bleef enig kind. Beneden zaten twee mensen die ontzettend veel van haar hielden. Maar in je eentje was die liefde zwaar om te dragen.