Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Gepland of onverwacht, gewenst of ongewild …

ZWANGERSCHAPSVERLIES

Nieuw leven in je buik maakt van jou een ander mens - het wordt nooit meer zoals voordien.
Als er dan plots een einde aan dat leven komt weet je dikwijls met je emoties geen blijf. Hoewel we bijna allemaal wel iemand kennen die het meemaakte voel je je op dat moment alleen op de wereld. ‘Als vrouw heb je 10 tot 15 % kans dat een door de gynaecoloog vastgestelde zwangerschap ergens in de eerste zestien weken uitdraait op een miskraam’, vertelt vroedvrouw Shanti Van Genechten van Expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen. ‘Na de vierde maand is er nog 0,5 % kans op een doodgeboorte. Meestal draait een zwangerschap dus goed uit, maar het is belangrijk dat mensen weten dat ze begeleiding kunnen krijgen als het toch zou mislopen. Zo’n gebeurtenis brengt immers heel wat teweeg, waarmee je bij anderen niet altijd terechtkan. We weten nog altijd niet goed hoe we met emoties als pijn, verdriet en rouw moeten omgaan. We durven ze enerzijds maar moeilijk te uiten en weten anderzijds niet hoe erop te reageren. Dat potje houdt iedereen dus maar liever gedekt. Vrouwen die te maken krijgen met een miskraam kampen dikwijls ook met een enorm gevoel van schaamte: ze kunnen zogezegd niet wat voor andere zo evident is en dat durven ze niet opbiechten.

Zoals Liesbeth (zie getuigenis) omschrijft kunnen die emoties ook niet gedeeld worden met anderen, want mensen drukken je op het hart dat je je niet schuldig moet voelen. Tine heeft het dan weer over gemene gedachten zoals jaloezie tegenover vrienden, die al helemaal taboe zijn. En ten slotte hebben mensen die een miskraam kregen vaak hun vreugde nog niet kunnen delen met andere, dus blijven ze ook heel eenzaam in hun verdriet. Voor anderen heeft het kindje nooit bestaan, dus is er erg weinig begrip voor het rouwproces.’

De juiste woorden Een menselijke en begripvolle aanpak is dus noodzakelijk en dat begint al met de terminologie, weet Shanti. ‘Als er iets misloopt tijdens de zwangerschap spreken ze in de medische wereld tot aan de twintigste week van een miskraam, nadien van een doodgeboorte. Toch vinden de meeste vrouwen “miskraam” een woord dat niet past bij hun gevoelens. Voor hen gaat het niet om een vruchtje dat mismaakt was en afstierf maar om een kindje dat in hun buik én hun hart geleefd heeft. Ze hebben erover gefantaseerd en in die korte tijd al een heel toekomstplan rond uitgestippeld.

Daarom kiezen wij voor de term zwangerschapsverlies. Om het onderwerp nog meer uit de taboesfeer te halen zijn inspanningen van twee kanten nodig. Zo moet de maatschappij erkennen dat die ervaring wel degelijk een verlies is waarover gerouwd moet kunnen worden, net als bij een dierbare die overleden is. Geef ruimte aan de emoties die ermee gepaard gaan en wees aanwezig om de ander te ondersteunen als die er nood aan heeft. Doe niet alsof er niks gebeurd is en probeer niet te sussen met opmerkingen als “volgende keer beter” of “tijd heelt alle wonden”. Ouders die een prille zwangerschap verliezen kunnen het zichzelf én de omgeving wat gemakkelijker maken door te kennen te geven wat ze nodig hebben en hoe ze gesteund willen worden - of niet. De ene wil praten, de andere helemaal niet. Sommigen schrijven brieven, gedichten of een lied om het verdriet te verwerken. Anderen doen het via beeldende kunst. Belangrijk is dat je je emoties uit en ze niet opkropt.’ Het rouwproces is dus voor iedereen verschillend. Volgens Shanti verdienen ook mannen extra aandacht. ‘Het is niet omdat ze de lichamelijke sensatie van leven in hun buik niet gekend hebben dat ze geen band voelden of geen verdriet hebben. Helaas moeten ze zich in onze maatschappij nog altijd de sterkste tonen, wat het voor hen niet gemakkelijk maakt om hun emoties te delen. Dat is een taboe op zich, dat we graag de wereld uit helpen.’

Liesbeth (33) verloor haar zoontje na acht maanden zwangerschap

‘Ik schaamde me dat ik niet kon wat andere vrouwen feilloos presteren’
‘We waren helemaal klaar voor Otis’ komst. Niks wees erop dat het op 34 weken nog mis zou gaan. Vier dagen na een geruststellend controlebezoek aan de gynaecoloog is het toch gebeurd en even later moest ik bevallen van een dood kindje. Zwart haar, bruine ogen, maar ook problemen met de navelstreng. Daardoor moet de bloedtoevoer afgekneld geraakt zijn.

Of ik niet eerder iets gemerkt had? Het is een vraag die me nog altijd wild kan maken, al zijn de rauwste gevoelens intussen bekoeld. Had ik iets moeten merken of voelen dan? Had ik iets moeten doen of zien om het te vermijden? Het is een schuldgevoel waarmee ik nog maanden geworsteld heb. Dat gevoel van schuld en schaamte is meteen ook het lastigst om te delen.

Met mijn pijn, woede en gemis kon ik bij mijn partner en vrienden terecht. Ik ben hen allemaal heel dankbaar dat ze naar mijn emoties geluisterd hebben zonder iets te willen oplossen. Ik mocht openlijk verdrietig, gekwetst en boos zijn. Maar als ik me schaamde over het feit dat ik niet kon wat andere vrouwen blijkbaar feilloos presteren en het mezelf kwalijk nam dat ik gefaald had kreeg ik daar weinig begrip voor. Ik moest me toch helemaal niet schuldig voelen. Pech, want dat deed ik wel. Een rouwconsulente heeft me geholpen om die gevoelens te bevatten en te aanvaarden. Ik heb in die periode ook veel geschreven: dagboeken als blijvende herinnering, brieven die ik nooit verstuurde, posts op internetfora … Het was een manier om mijn emoties te kanaliseren en rust te vinden. De kennismaking met de zelfhulpgroep Met Lege Handen is belangrijk geweest.

In die community van ouders van een overleden baby vond ik pas helemaal (h)erkenning voor mijn rouwproces. Zelfs de lelijkste gedachten werden hier begrepen. Intussen ben ik de trotse mama van twee zoontjes: Otis* en Emil. Otis een miskraam noemen doet me pijn. Het voelt niet juist. Heel ons leven was er klaar voor en nog altijd is hij aanwezig in alles wat ik doe. Hij is dan misschien dood geboren, hij heeft wel acht maanden in mijn buik geleefd. Al hangt het verdriet om een overleden baby niet af van het aantal weken dat hij oud was. Het is geen opbod of strijd om wie het meeste recht op tranen heeft. Want er valt helemaal niks te winnen.’

Tine (32) zag drie zwangerschappen mislopen.

„Ik kreeg twee miskramen en had nadien een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Hoewel de vruchtjes telkens nog geen acht weken oud waren, was er al bij de eerste keer iets wezenlijks veranderd. Er had leven in mij gezeten. Heel eventjes was mijn lichaam niet meer alleen van mij geweest. En er was de euforie natuurlijk. Op onze roze wolk leefden mijn man en ik stiekem een geheim leven waarin we fantaseerden en plannen maakten. De slag van de teleurstelling was dan ook enorm. Daarnaast groeide bij elk zwangerschapsverlies de angst en de twijfel: gaat het ooit wel lukken? Ik schaamde me dat mijn lichaam niet kon wat in de natuur eigenlijk een heel evident proces is.”

„Omdat je normaal tot twaalf weken wacht, waren er nauwelijks mensen op de hoogte van de zwangerschap. En aangezien we dat blije nieuws nog niet hadden kunnen delen, bleven we ook met het droevige stuk alleen zitten. Voor iedereen gaat het leven verder en ik voelde me zo eenzaam. De mensen die het wél wisten, reageerden dan weer erg ongepast. ‘Je hebt gewoon pech gehad. Het overkomt zoveel mensen. Volgende keer lukt het wel. Het is beter zo. …’ Zulke opmerkingen getuigden van weinig begrip voor wat ik meemaakte en voelde. Ik mocht niet rouwen om iets dat voor anderen nooit had bestaan. Terwijl ik gewoon wou dat ze even naar me luisterden.”

„Er waren ook emoties die ik gewoon niet durfde uiten. Zo was ik stiekem best jaloers op vrienden die makkelijk zwanger werden. Ik probeerde blij te zijn voor hen, maar vooral verdrietig voor mezelf. Voor die gedachten schaamde ik me dan ook weer. Bij Kinderwens Vlaanderen hoorde ik voor het eerst dat die gevoelens erg normaal zijn. Een opluchting! Het heeft zo’n deugd gedaan om gelijkaardige verhalen van lotgenoten te horen.”

„Vandaag ben ik mama van Felix (2) en hoogzwanger van een dochtertje. Zorgeloze zwangerschappen waren het allerminst en nog steeds zit de onzekerheid erin. Ik zie Felix als een wondertje en ik zal hem nooit als vanzelfsprekend beschouwen. Ik begrijp ook niet hoe mensen soms zo kunnen zeuren over hun kinderen. Ze hebben hen toch op de wereld gezet omdat ze dat zelf wilden. Dan moeten ze dat geschenk ook koesteren en er met volle teugen van genieten. Want het is lang niet zo’n evidentie.”

Bens (34) droom viel zes keer aan diggelen.

„Ik heb altijd een zeer grote kinderwens gehad. Ik keek er echt naar uit om een kindje de liefde en de warmte van een echte familie te geven. Na een jaar vergeefs proberen om zwanger te geraken lieten mijn vriendin en ik ons testen. Ik bleek voor 99% onvruchtbaar en ook met Ina’s eicellen was iets mis. Het was een ferme klop te horen dat zij en ik nooit op natuurlijke wijze kinderen zouden krijgen. In-vitrofertilisatie was dus de enige optie. De hele procedure is lichamelijk en emotioneel erg belastend, maar het was snel vergeten toen we al bij de eerste poging zwanger bleken. Het kon!”

Ik bleek voor 99% onvruchtbaar en ook met Ina’s eicellen was iets mis.

„De hoop was echter van korte duur en de teleurstelling groot. Maar vooral de vijf volgende IVF-pogingen waren slopend. Kinderen maken zou plezant en intiem moeten zijn. Bij ons ging het er heel praktisch en wetenschappelijk aan toe en daar bleken Ina en ik niet klaar voor. Ik had de impact zwaar onderschat en vond de afvalrace enorm hard. Van follikels, naar eicellen, naar embryo’s, naar innesteling, naar zwangerschap: de aantallen worden steeds kleiner. De artsen hebben misschien wel vijftig combinaties van Ina en mij in een petrischaaltje gelegd, zonder resultaat. Voor ons waren het vijftig kansen, vijftig baby’tjes. Elke keer maakten we een plekje vrij in ons hart en het bleef leeg.”

„Omdat we er zelf aan onderdoor gingen, konden Ina en ik elkaar hier niet in steunen. We hadden ook een verschillend verwerkingsproces en onze relatie liep op de klippen. Ik ben emotioneel en extravert en wou aan mensen mijn verhaal vertellen. Maar de meeste reacties waren ongepast en zelfs kwetsend, wat ervoor zorgde dat ik mijn mond hield. Uit zelfbescherming. Mijn seksuele identiteit en eigenwaarde waren ook geïnfecteerd geraakt: ik kon het blijkbaar niet. Wat betekende ik nog als man?”

„Ik ben in therapie gegaan. Tientallen brieven heb ik geschreven aan alle ongeboren kindjes. Om afscheid te nemen, een droom los te laten, de hoop te laten varen en al het moois dat ik in gedachten had. Ik zit nog steeds in een proces, maar ik heb de tijd en de rust genomen om het laten te verteren. Het begrip van gelijkgestemde zielen is ook erg waardevol geweest. Bij Kinderwens Vlaanderen kreeg ik eindelijk de psychologische bijstand die tijdens de IVF-behandelingen ontbrak.”

Words by: Grete Flies voor Psychologies Magazine (www.psychologies.be/nl).