Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Kinderen van een andere planeet

by Benoit Lapray
by Benoit Lapray

‘Uw plaats is op school en niet bij de wilde beesten!’ Madame Pheip zei het terwijl ze Petoetje meetrok, weg uit het oerwoud van Moea-Papoea. ‘Van nu af aan zijt gij mijn aangenomen pleegkind. Ge zult onderwezen worden door Pietagoras, Cicero en Horatius.’ Ook Suske was op Amoras een halve wilde, voor hij met tante Sidonia naar België kwam.

Beide Vlaamse stripverhalen verschenen in het midden van de 20ste eeuw. Petoetje kwam uit de koker van Marc Sleen, Suske uit die van Willy Vandersteen. Adoptiekinderen uit verre landen moesten toen bij ons een ‘beschavingsbad’ ondergaan. Wiske en Petatje, de vriendinnetjes van bovengenoemde helden, waren trouwens ook kinderen die niet bij hun eigen ouders opgroeiden. Hun herkomst is onduidelijker.

Hedendaagser was Thorgal, die met een ruimtesonde als baby bij de Vikingen terechtkwam, net als Largo Winch, een arme jongen uit Oost-Europa die door een Amerikaanse miljonair werd geadopteerd.

Ruimtesonde

Dat veel van onze helden niet bij hun eigen ouders opgroeiden, maakt hen net zo interessant voor verhalenvertellers

Striphelden openen de tentoonstelling Adoptie. Tussen avontuur en kwetsuur in het Museum Dr. Guislain in Gent. Het is verbazingwekkend hoeveel van deze helden niet bij hun eigen ouders opgroeiden. Dat maakt hen net zo interessant voor verhalenvertellers: ze vragen zich voortdurend af waar ze thuishoren. Tegelijk zijn ze anders dan de anderen en beschikken ze over bijzondere talenten.

Soms zelfs over superkrachten, zoals de Amerikaanse helden Superman en Spiderman. De eenzaamheid én kracht die deze dubbele positie meebrengt, wordt sterk in beeld gebracht door de Franse fotograaf Benoit Lapray, die de superhelden neerzet in machtige, desolate landschappen.

‘Deze foto’s illustreren op een prachtige wijze de complexe ervaring van adoptie’, vindt Christof Bex (24), een in Gent wonende Limburger die in Bolivia werd geboren. ‘Ik zie veel geadopteerden die in de sociale sector terechtkomen en die echt iets willen teruggeven aan de samenleving. De superkrachten van Amerikaanse striphelden kunnen geïnterpreteerd worden als een symbool hiervoor.’

Roots-reizen

Bex schreef een masterproef over roots-reizen en weet ook uit eigen ervaring wat zo’n roots-reis kan teweegbrengen: ‘Het gevoel eindelijk eens gewoon op te gaan in de massa, omdat je eruit ziet zoals alle anderen. Zelfde huidskleur, zelfde lengte. En er toch niet thuishoren, omdat je de taal niet spreekt en de cultuur niet kent.’

Met Gevaarlijk jong en Pleisterplekken gaf het Museum Dr. Guislain ons eerder al een eigenzinnige kijk op de positie van ­jongeren in de samenleving, en hoe wij naar ‘moeilijk opvoedbare’ kinderen kijken. Adoptie is net zo opgebouwd: historische documenten en foto’s krijgen diepte door wat kunstenaars eraan toevoegen.

Het is pijnlijk om te zien hoe karig de info is die werd bijgehouden in vroegere tehuizen voor ongehuwde moeders, zoals Tamar: voornaam, verblijfsduur, punt. In potlood er nog bijgeschreven wie beslist had dat het meisje naar het tehuis kwam: zijzelf, de jeugdrechter, of haar ouders.

Tot in de jaren 70 werden standaard­formulieren gebruikt voor moeders die afstand deden van hun kind: naam invullen, datum, handtekening, klaar! Een pastoor schrijft een brief om hulp voor een ‘deftig gezin dat zich geen raad weet’ met de zwangerschap van hun veertienjarige dochter. Er ligt ook een originele geboorteakte uit Frankrijk, van iemand die daar geboren is sous X – zonder enige verwijzing naar zijn afkomst.

Babytransport

Maar beelden komen toch altijd sterker binnen. Zoals de foto van het eerste babytransport naar de Verenigde Staten vanuit Vietnam, halfweg de jaren 70: op elke vliegtuigzetel een soort kartonnen doos, waarin telkens een baby ligt die keurig is vastgegespt. Daarmee begon dus het verhaal van de interlandelijke adopties op grote schaal: na Vietnam volgden India, Korea, Cambodja, China enzovoort. Nu, vijftig jaar later, lijkt het eind stilaan in zicht te komen. Daar gaat deze expositie vreemd genoeg niet op in.

Ze toont wel de film die Hannes Coudenys maakte over zijn eigen adoptiekind: een film van zeven minuten die eerder op Canvas te zien was en die duidelijk maakt hoe lang het tegenwoordig duurt voor je als wensouder een kind in de armen kunt ­sluiten. Dat is de realiteit van vandaag.

De expositie heeft ook oog voor pijnlijke verhalen uit het verleden: de gedwongen adopties, de adopties van ‘halfbloed’-kinderen uit Rwanda – die door veel betrokkenen nog niet verteerd zijn – en het newborn-programma van de nazi’s dat ook in ons land toegepast werd, onder meer in een ­tehuis in Wolvertem. Het zijn tragische hoofdstukken uit ons verleden, die hier slechts even aangeraakt worden.

Kunstenaars roepen dan weer nieuwe vragen op, zoals waarom herkomst zo’n grote rol speelt in ons leven en waarom ­genetische verwantschap tegenwoordig belangrijker lijkt dan sociale verwantschap. ‘In de Andes hebben ze daar een heel ander idee over’, meent Christof Bex. ‘Daar is het heel gebruikelijk dat kinderen die hun ­ouders verloren zijn, worden opgevangen door anderen in het dorp.’

Donorschap en in-vitrofertilisatie stellen de discussie op scherp. Hoewel het niet over adoptie gaat, worstelen kinderen die hieruit geboren worden soms wel met ­dezelfde onbeantwoorde vragen naar hun herkomst.

Niet hip

De expositiemakers kozen niet voor het politieke debat over deze kwesties, maar voor de beleving, die veelzijdig is. Een afsluitende film met getuigen laat dat zien. En werpt ook de vraag op hoe wij naar al die adopties kijken. Een homostel met twee dochters is het een beetje moe om altijd als ‘hip’ of ‘cool’ te worden beoordeeld. ‘Wij zijn eigenlijk ça va.’ Een meisje van tien weet intussen wat ze moet antwoorden als mensen haar vragen waarom ze geadopteerd is. Maar ze weet ook: ‘Per slot ben ik een kind als alle andere.’

Het ‘takkenkind’ van de Vlaamse illustratrice Gerda Dendooven brengt al die vragen in een kinderboek samen: het verlangen naar een baby, de droom over het perfecte kind en de realiteit die leert dat ouders ook gaan houden van een petatje dat niet aan hun verwachtingen beantwoordt.

Tekst: Veerle Beel
De Standaard, 29/11/2016

Museum Dr. Guislain, Gent: Adoptie - Tussen avontuur en kwetsuur

24.11.16 - 16.04.17

Mozes, Tarzan en Superman: we staan er niet bij stil, maar in populaire verhalen is de hoofdrol vaak weggelegd voor een adoptiekind met bijzondere krachten. Mythes, romans en stripalbums wemelen van de adoptiehelden. De tentoonstelling gaat in op die culturele fascinatie en confronteert ze met historische documenten en actuele vragen. Op welke manier kleurt een afkomst de zoektocht naar een eigen identiteit? Hoe evolueren adoptiepraktijken? Staat het belang van het kind, de wensouders of de samenleving centraal? Hoe verlopen procedures en wat als die ontbreken? Hoe gaan we vandaag om met de trauma’s door gedwongen adoptie?

De veelzijdige, gevoelige geschiedenis van adoptie wordt belicht met documentair materiaal, oude en hedendaagse kunst, literatuur, fotografie, filmfragmenten en getuigenissen. Adoptie. Tussen avontuur en kwetsuur onderzoekt de beeldvorming rond adoptiepraktijken, geeft aandacht aan persoonlijke verhalen en nestelt zich in een actueel debat.