Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Interview Shanti Van Genechten

Hoe ben je ertoe gekomen om mensen met een onvervulde kinderwens te helpen?

Shanti: Ik ben zelf een adoptiekind uit India. Dertig jaar geleden kwam ik bij heel lieve ouders in België terecht. Als kind was ik er altijd van doordrongen dat ik ongelooflijk veel geluk heb gehad door hier te kunnen opgroeien. In India zou ik nooit dezelfde kansen hebben gekregen… Ik besefte dat heel concreet: ik woonde in een fijn huis, droeg mooie kleren, mocht studeren wat ik wilde, enzovoort. Ik heb me daar altijd heel dankbaar voor gevoeld. Niet dat mijn ouders dankbaarheid van mij verwachtten, helemaal niet, maar ik voelde het gewoon zo aan. En ook daarna vind ik dat ik in mijn leven veel geluk heb gehad: mijn huwelijk, mijn kinderen… Daarom kreeg ik heel sterk het gevoel dat ik iets wilde terugdoen voor de maatschappij. Ik wilde iets teruggeven voor al het goede dat ik gekregen heb. Eerst zocht ik dat vooral in India, ook via zuster Jeanne Devos. Dat gaf me altijd een goed gevoel. Maar op een dag zei zuster Jeanne dat ik misschien ook iets kon doen voor mensen hier in Vlaanderen die in de kou staan. En omdat ik een opleiding tot vroedvrouw heb genoten aan de hogeschool PXL , wist ik opeens dat ik iets wilde doen voor mensen met een onvervulde kinderwens.

Shanti Van Genechten

Is dat dan volgens jou zo’n groot probleem?

Shanti: Daar ben ik van overtuigd. Toen mijn (adoptie)ouders dertig jaar geleden ook wensouders waren was er geen hulpverlening in eerstelijn, maar het erge is dat er nu, dertig jaar later, nog steeds nauwelijks hulp te vinden is voor mensen die niet probleemloos zwanger worden. Het is toch onvoorstelbaar dat er op dat vlak zo weinig is veranderd! Er zijn natuurlijk meer fertiliteitscentra en er is een betere opvolging van de zwangerschap, maar er is nog steeds een enorme leegte voor mensen die niet zo gemakkelijk zwanger worden. Een soort eerstelijnshulp voor hen is nog steeds niet structureel uitgebouwd. En dus ben ik in dat gat gesprongen. Ik ontmoette in 2010 professor Lode Godderis en maakte bij hem in 2012 mijn eindwerk rond een onderzoek over de invloed van stress op kinderwens. Daaruit bleek dat er een heel duidelijk verband was. Dat was het begin om een aanbod uit te werken voor deze koppels. Tegelijk was politica Vera Jans ook bezig met die problematiek. Zij liet daarover in 2010 een resolutie stemmen . We hebben dan de handen in elkaar geslagen en een expertisecentrum opgericht, met een aantal deskundigen en een breed aanbod voor de betrokkenen.

Wat treft jou vooral in het verhaal van mensen met een onvervulde kinderwens?

Shanti: Elk verhaal dat ik te horen krijg, en dat zijn er heel veel in de loop der jaren, getuigt van een ongelooflijk diepe pijn. Dat verdriet leeft bij de vrouw, maar ook bij de man, hoewel ze het vaak op een andere manier uiten. Als zwanger worden niet vanzelf gaat of als je een miskraam hebt meegemaakt, beleef je een echte verlieservaring. Het probleem met dergelijke vormen van verdriet is, dat het vaak ook oude pijn, soms van heel vroeger, weer oproept. Koppels worden opnieuw geconfronteerd met pijn die nog dateert uit hun kinderjaren. Pijn waarvan ze dachten dat ze die al jarenlang achter zich hadden gelaten. Maar het ene verdriet roept het andere weer op en dan komt het dubbel zo hard aan.

Een droom valt in duigen

De buitenwereld reageert vaak erg onverschillig op dit verdriet. Het is toch maar een miskraam, zeggen of denken ze dan. Er zijn toch veel ergere dingen! Maar toch is het verdriet rond een miskraam niet te onderschatten. Een miskraam trekt een streep door je toekomstperspectief. Het brengt bijna altijd een gevoel van frustratie en falen mee. Je zelfbeeld raakt beschadigd. Het roept veel meer op dan enkel het gegeven van de miskraam zelf. Er valt iets in duigen: een droom, een verwachting van iets waarvan je hoopte en dacht dat het vanzelf zou gaan. Zeker als koppels meer dan één miskraam meemaken, worden ze gedwongen om hun leven anders in te richten. Het krijgen van kinderen, dat bij veel koppels een deel van hun gezamenlijke toekomstverwachting is, komt op de helling te staan. Het wordt onzeker of het zal lukken. Dat is heel pijnlijk, vooral omdat ze er zo weinig vat en controle op hebben.

In de kou

Zo wordt het krijgen van kinderen een leemte in hun leven. Misschien zoeken ze een uitweg via pleegouderschap of adoptie, maar de verlieservaring blijft aanwezig. Pleeg- of adoptieouder worden is streng gecontroleerd. Terecht natuurlijk, maar voor koppels met een onvervulde kinderwens kan dat heel kwetsend overkomen. Organisaties voor pleegzorg of adoptie zijn daar niet mee bezig, zij behartigen uitsluitend de belangen van het kind. En dus blijven de wensouders in de kou staan. Ze missen elke ondersteuning. Ik vind het belangrijk dat iedereen die worstelt met een onvervulde kinderwens een klankbord vindt. Dat is in mijn ogen een mensenrecht: als je zoiets ingrijpends meemaakt, heb je recht op menselijke ondersteuning. Daarom leg ik mijn hart in het expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen.
Veel mensen die verstrikt zitten in hun verdriet bij de eerste kennismaking, slagen er in de loop van het traject in om de pijn een plaats te geven in hun leven en er anders mee om te gaan. De begeleiding laat hen toe om een plan te maken en het verwerkingsproces beter te laten verlopen. Hun draagkracht wordt weer groter en ze kunnen weer verder.

Wat heb jij hen in het Expertisecentrum Kinderwens te bieden en hoe doe je dat?

Shanti: Er zijn drie groepen van mensen die contact opnemen met het expertisecentrum. Voor elk van hen is er een begeleiding op maat.
De eerste groep zijn de mensen die gezond zwanger willen worden en alles willen doen om een geplande zwangerschap zo goed mogelijk te laten verlopen. Er is op dat moment geen enkel probleem, maar zij willen deze belangrijke gebeurtenis in hun leven alle kansen geven. In de praktijk moet je daarmee beginnen zo’n drie maanden voor de geplande conceptie. Wij geven educatie aan mannen en vrouwen over preconceptiezorg en vruchtbaarheidsbewustzijn. Op dat vlak werken we dus puur preventief. Dat gebeurt in groep of individueel. Onze werking sluit aan bij de website van minister Vandeurzen, www.gezondzwangerworden.be. Veel invloeden van omgeving, voeding, werk, enz. zijn belangrijk voor de kwaliteit van het sperma en voor de kansen op zwangerschap. Het is dus niet meer dan logisch om al in dat stadium daarmee rekening te houden.

Niet vanzelf

De tweede groep zijn de mensen die moeilijk zwanger worden. Soms zijn ze al bezig met een vruchtbaarheidstraject, soms niet. Maar het weegt op hen dat het niet schijnt te lukken om spontaan zwanger te worden. Bij hen werken we vooral om hun draagkracht te verhogen. We helpen hen om aan zelfzorg te doen en om bijvoorbeeld grenzen te stellen. Als hun draagkracht groot genoeg is, kunnen ze beter zelf beslissen wat hun volgende stap zal zijn. Gaan ze voor een behandeling in een fertiliteitscentrum? Denken ze aan adoptie? Willen ze hun leven verder uitbouwen zonder kinderen? Het is onontbeerlijk om dat rustig en met veel ondersteuning op een rijtje te kunnen zetten. Gynaecologen sturen nu regelmatig mensen door, omdat ze beseffen dat ze zelf geen tijd voor hun patiënten kunnen maken om hen ook op dat gebied te begeleiden. Meestal geven we die psycho-sociale begeleiding in een groepscursus, maar het kan ook individueel.

De pijn een plaats geven

De derde groep zijn mensen die een zwaar verlies doormaken: een afgebroken zwangerschap, problemen die de zwangerschap blijvend in de weg staan. Mensen zeggen soms: word maar snel opnieuw zwanger, dan is die miskraam verleden tijd. Maar zo werkt het niet, hebben we ervaren. Geregeld staat de pijn die de miskraam meebracht in de weg bij een volgende poging. Daarom werken wij rond het symbolisch een plaats geven van het verdriet. Want onverwerkte pijn zorgt vaak voor problemen. Zo’n begeleiding gebeurt bijna altijd individueel voor het betrokken koppel.

Wat wil je precies veranderen in onze samenleving op het gebied van kinderwens?

Shanti: Het is mijn grote droom om een kinderwenshuis te openen. Een plek waar wensouders kunnen binnenstappen en een heel aanbod vinden. Het zou heel bereikbaar moeten zijn en mensen opleiden die overal in Vlaanderen aan de slag kunnen, zodat er overal een gelijkaardige hulpverlening ontstaat. Het kinderwenshuis zorgt dan ook voor kwaliteitscontrole van de begeleiding. Dan staan mensen met een onvervulde kinderwens eindelijk niet meer in de kou.

Tekst interview: Kolet Janssen

Most Recent Articles

secundaire kinderwens

Ons verhaal 3

Wat je verliest als je geen kinderen krijgt

Ons verhaal 2

Show more