Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Interview met Zsofi Horvath, miss Belgian Beauty 2003

by Ilse De Smedt
by Ilse De Smedt

Hoe verliep het traject naar kinderen toe voor u en uw partner?

Zsofi: Ik was zo’n meisje dat later graag mama wilde worden. Dat hoorde er voor mij echt bij. Ik herinner me nog dat ik er als twaalfjarige van droomde om later een jonge mama te zijn, net zoals mijn eigen moeder. Die werd op haar 19de voor het eerst zwanger en zij was altijd een heel actieve en betrokken mama. Dat vond ik leuk en zo wilde ik het ook.

Maar zoiets kun je natuurlijk niet echt plannen. Toen ik eenmaal de persoon was tegengekomen met wie ik mijn leven wilde delen en met wie ik samen kinderen wilde, was ik al 27 en hij 34. We deden alles volgens het klassieke scenario: eerst een poosje samenwonen, daarna trouwen en dan wilden we graag kinderen. Die mochten best snel komen, dus was ik al enkele maanden voor ons huwelijk gestopt met de pil. Maar één jaar na ons huwelijk was ik nog steeds niet zwanger. We maakten een afspraak bij de dienst fertiliteit van het UZ Antwerpen. We wilden weten wat de reden was waarom het niet lukte. Daar werden er een aantal onderzoeken gedaan en kregen we een plan voorgesteld met een traject dat we konden doorlopen. Maar nog voordat we daaraan konden beginnen, was ik dan plots toch zwanger! Dat was een fijne verrassing. Helaas kreeg ik enkele maanden later een miskraam. Dat was heel zwaar: net toen we het gevoel hadden dat het eindelijk gelukt was, dat we volop bezig waren met plannen maken voor de toekomst, gebeurde er dit.

Had u er behoefte aan om daarover te praten?

Zsofi: Het was een zware klap en we hebben onze tijd genomen om dat te verwerken. Mijn man en ik konden er gelukkig heel goed met elkaar over praten. Ik praatte er bijna alleen met hem over. Ik herinner me nog dat het leek alsof niemand anders in mijn vrienden- en kennissenkring zoiets al had meegemaakt. Maar toen ik er later toch over begon, kwamen de verhalen los. Plots bleken er heel wat mensen in mijn omgeving te zijn die ook een zwangerschapsverlies hadden meegemaakt. Toen merkte ik pas dat hoe groot het taboe is om daar gewoon over te praten. Niet iedereen voelt de behoefte om erover te praten in zijn vriendenkring, en dat hoeft natuurlijk ook niet. Maar het is jammer als je het wel graag wilt en je kunt het niet, omdat er zo weinig ruimte voor is.

Ik moest een curettage ondergaan en daarna gingen er enkele maanden rusttijd overheen, voordat we opnieuw konden ‘proberen’. We wilden verder geen tijd meer verliezen en begonnen meteen met het voorgestelde traject. We hadden geluk: bij de eerste inseminatiepoging werd ik zwanger. Zo werd ons zoontje Bardo geboren. Hij was een makkelijke baby en daarom begonnen we al snel met pogingen voor een tweede kindje. Maar ditmaal lukten zes inseminatiepogingen niet. En ook drie IVF-pogingen liepen op niets uit.

Was dat een zware periode?

Zsofi: Het was zwaar om die behandelingen te combineren met mijn werk en met ons gezin. Ik moest veel op en neer rijden tussen mijn werkplaats, mijn woonplaats en het fertiliteitscentrum in Antwerpen. Je kon die momenten ook meestal niet echt plannen, ik moest vaak mijn agenda op het laatste moment omgooien. Dat viel moeilijk te combineren met mijn job. Ik was toen nieuwsanker en dus ook niet zomaar te vervangen. Ik vond het erg vervelend om daar telkens weer mee te moeten aankomen bij mijn baas.

Toen we na al die vruchteloze pogingen samen zaten met de arts, kregen we de boodschap dat we onder ogen moesten zien dat ons zoontje min of meer een medisch ‘mirakel’ was geweest, en dat de kans op een tweede wonder niet zo groot was. We kregen de raad om het wat meer los te laten en te stoppen met de behandeling, die ook heel zwaar was geweest. In diezelfde periode bouwde ik ook mijn werk behoorlijk af, zodat er een pak stress van mij afviel. Het viel mij allemaal emotioneel te zwaar en het werd tijd om mezelf de nodige rust te gunnen. Al dat avond- en weekendwerk, het was gewoon te veel geweest. Die stress sloeg dan ook vaak op mijn buik, die heel gespannen aanvoelde. Misschien was dat de reden dat ik kort daarna weer spontaan zwanger werd. Zo werd ons dochtertje Giulia geboren. Het klinkt nu als een droomscenario en ik weet dat veel vrouwen ervoor zouden tekenen als hun traject zo zou mogen aflopen. Ik besef dat ik geluk heb gehad.

Zsofi met haar gezin
Zsofi met haar gezin

Zou u iets gehad hebben aan een begeleiding zoals die van Shanti in het Kinderwenshuis?

Zsofi: Dat zou wel welkom geweest zijn. Ik kon er met mijn man heel open over praten, ook over de pijn en teleurstelling die we voelden. Maar we merkten wel dat zelfs heel goede vrienden van ons niet altijd fijn reageerden. Ze begrepen ons niet, ze zegden dingen als ‘Dat zou ik nooit doen’, wat je op zo’n moment echt niet wilt horen. Dat was moeilijk. Ik zat met vragen als ‘Hoe combineer ik die behandeling met mijn werk? Welke volgende stappen willen we nog zetten?’. Het zou heel fijn zijn geweest om dat te kunnen bespreken. In het UZ Antwerpen waren ze wel heel vriendelijk en kregen we ook een vorm van begeleiding, maar dat bleef toch vooral draaien rond het medische verhaal. Met al de rest van onze vragen en zorgen konden we daar niet terecht.

Hoe reageerde uw omgeving?

Zsofi: Onze ouders steunden ons, maar voor hen was het ook moeilijk omdat ze hoopten op een kleinkind. Hun adviezen waren goedbedoeld, maar niet altijd fijn. Ze stonden soms haaks op de dingen waar ik mee bezig was. Ik voelde dat mijn moeder het er zelf moeilijk mee had. Ik denk wel eens dat het goed zou zijn dat het Kinderwenshuis ook een sessie zou aanbieden met tips en coaching voor familieleden en vrienden. In onze vriendenkring waren er bijvoorbeeld op een bepaald moment 13 mensen tegelijk zwanger. Onze problemen waren moeilijk bespreekbaar. Als we er niet zelf over begonnen, durfde haast niemand er iets over te vragen. En dan kwamen er vaak nog dergelijke verhalen boven. Ook mijn man maakte dat mee bij zijn collega’s. Pas als hij iets over onze problemen vertelde, kwamen de anderen er soms ook voor uit dat ze dit meemaakten. Voor een man ligt zoiets op de een of andere manier nog gevoeliger. Zij moeten ook allerlei onaangename onderzoeken ondergaan en in zo’n wachtzaal zitten. En het raakt soms ook nog aan hun mannelijk imago. Dat was bij ons niet het geval, maar ik kan me voorstellen dat het niet prettig is om te moeten vertellen dat er iets mankeert aan de kwaliteit van je sperma.

Wat heeft u geholpen om met deze problemen om te gaan, om het lange proces vol te houden?

Zsofi: Ik denk dat het belangrijkste is dat je een goede relatie hebt samen. Zo’n fertiliteitstraject kan echt wel een serieuze relatietest zijn. Wij hebben elkaar altijd kunnen blijven steunen. Onze relatie was sterk en stabiel genoeg om voor zo’n moeilijk parcours te gaan, en daar ben ik heel blij om. Als een van beiden bijvoorbeeld moeilijk om kan met ontgoochelingen, heeft dat een zware impact op de relatie. Je moet echt wel tegen een stootje kunnen. De drijvende kracht voor ons was dus dat we elkaar heel graag zien. We wilden dolgraag samen kinderen. Desnoods zouden we ze geadopteerd hebben.

Waarom bent u meter geworden van het Kinderwenshuis?

Ik wil graag alles rond onvervulde kinderwens uit de taboesfeer halen. Het is heel belangrijk om dat taboe te doorprikken. Daarom vertel ik onomwonden mijn verhaal, zo vaak als het nodig is. Als ik daarmee mensen kan helpen, wil ik dat graag doen. Ik vind het sowieso super dat Shanti zich inzet voor mensen met een onvervulde kinderwens en mensen met zwangerschapsverlies. Haar engagement betekent voor veel mensen een onmisbare steun.