Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Interview met prof. dr. Petra De Sutter

Petra De Sutter
Petra De Sutter

“Vruchtbaarheid is positief en kostbaar. We focussen te veel uitsluitend op contraceptie en preventie van SOA's. We moeten leren om op een andere manier om te gaan met onze vruchtbaarheid.”

Hoe raakte u betrokken bij het Expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen?
Petra De Sutter: Op een dag werd ik gecontacteerd door Shanti Vangenechten. Ik word wel vaker door allerlei mensen aan mijn jas getrokken, maar ik raakte al snel onder de indruk van de betrokkenheid, het engagement en de volharding van Shanti. Geheel onbaatzuchtig stelde zij voor zichzelf de opdracht om in te vullen wat ontbreekt in de eerstelijnszorg voor mensen met een kinderwens. Er zijn in Vlaanderen heel wat fertiliteitscentra waar gespecialiseerde begeleiding wordt gegeven. Maar er is hier geen traditie van preconceptionele raadplegingen. Mensen die van plan zijn om zwanger te worden, mensen bij wie het niet meteen lukt, mensen die een miskraam meemaken zitten daardoor wat op de wip. Er is een ‘gap’, een leegte tussen diverse diensten. Het Expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen vult die nood in en begeleidt mensen met een onvervulde kinderwens en mensen die op een andere manier met verlies en rouw in aanraking komen in verband met hun kinderwens. Shanti doet dat heel gedreven en gemotiveerd en ik vind dat ze daarin zeker ondersteuning mag krijgen.

Wat kan het Expertisecentrum volgens u betekenen?
Petra De Sutter: Die zorg voor mensen die zwanger willen worden en dan met verlies worden geconfronteerd, kan door zo’n centrum worden aangeboden in ons versnipperde zorglandschap. Het is goed dat er ook aansluiting is van hogescholen (PXL en Artevelde). Zij kunnen opleidingen geven op dat vlak, patiënten begeleiden, een werking opstarten. Een blijvende verankering van het Expertisecentrum is een uitdaging. Om een blijvend project te worden dat zal groeien is het nodig om een netwerk uit te bouwen en contacten te leggen en daar zijn ze volop mee bezig.

Met welke thema’s in verband met kinderwens bent u professioneel bezig?
Petra De Sutter: In mijn professionele leven ben ik sinds 1988 met die problematiek bezig. Daarin zitten verschillende luiken: een klinisch luik, waarbij ik veel patiënten zie en dat voor mij nog altijd het belangrijkste luik is. Verder is er ook een onderwijsluik en ben ik bezig met onderzoek. Ik doe onderzoek naar onvervulde kinderwens, naar de psychisch-ethische componenten van donorschap. Sinds kort ben ik ook politiek actief, bijvoorbeeld rond het opstellen van wetgeving rond draagmoederschap en de anonimiteit van donoren. Mijn leven is dus behoorlijk druk, en vaak moet ik de verschillende compartimenten een beetje samendrukken om er nog alles in gepropt te krijgen. Maar waar ik nooit op zal ‘bezuinigen’, dat zijn mijn consultaties. Die staan centraal voor mij.
Ik houd me ook bezig met andere politieke dossiers: de rechten van holebi's, migratie, het statuut van de wetenschap, gezondheidszorg … Ik zit in de Raad van Europa. Ik geef lezingen over de medisch-ethische aspecten van voortplanting, met alle nieuwe mogelijkheden die er zijn en nog komen.

Begeleiden van mensen rond kinderwens is een belangrijk onderdeel. Daarin is het Expertisecentrum Kinderwens een stukje van de puzzel. Mijn invalshoek is daarin vooral het onderzoek en mijn klinisch werk in de derde lijn. Ik werk niet in de eerstelijnszorg. Maar ik ben heel graag bereid om ondersteuning te geven. Ik duw het Expertisecentrum met plezier mee verder. Ik zit in de adviesraad, samen met een aantal andere mensen. Samen zijn we zeker complementair en kunnen we het centrum mee de goede richting uit sturen en verder uitbouwen.

Wat is uw belangrijkste boodschap rond kinderwens?
Petra De Sutter: Volgens mij moet voortplanting een belangrijker punt worden op de agenda van het onderwijs. Op dat vlak zien we een maatschappelijke verschuiving. Mensen wachten vaak langer om aan kinderen te beginnen. Ze gebruiken anticonceptie en willen eerst een heleboel andere dingen doen voordat ze aan kinderen beginnen. Maar soms leidt dat tot teleurstellingen. Mensen denken dat ze snel zwanger zullen worden eenmaal ze gestopt zijn met de pil, maar dat is niet altijd zo. En als er dan problemen zijn, denken ze dat er altijd wel een medische oplossing is. Maar sommige problemen zijn niet oplosbaar. Iemand van 43 heeft eicellen die niet meer zo snel bevrucht zullen worden als bij iemand van 25. Dat valt niet altijd medisch op te lossen.

Natuurlijk kunnen er goede redenen zijn om zwangerschap uit te stellen. Maar als er geen evidente reden is, zou ik willen zeggen: begin er gewoon aan. Het heeft geen zin om dan nog vijf jaar te wachten. In onze tijd krijgen meisjes van 15 vooral te horen: pas op, want je hoeft maar met je ogen te knipperen of je bent al zwanger! Ga heel zorgvuldig om met je vruchtbaarheid! Er is in de seksuele voorlichting uitsluitend aandacht voor contraceptie en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen. Dat blijft natuurlijk heel belangrijk, maar het geeft toch een vertekend beeld. Meisjes krijgen daardoor het idee dat ze heel gemakkelijk zwanger zullen worden. Als ze dan op hun 35ste zwanger willen worden, en het lukt niet meteen, is dat vaak een grote ontgoocheling.

We moeten dat veel meer nuanceren. We moeten bij de seksuele voorlichting van jongeren ook een verhaal brengen over hoe kostbaar vruchtbaarheid is. En dat we daar zorgvuldig mee moeten leren omspringen. Dat ontbreekt nu volledig. In plaats van seksuele voorlichting pleit ik ervoor om ‘seksuele en reproductieve voorlichting’ te geven. De invalshoek mag niet alleen zijn: hoe vermijd ik ongewenste zwangerschap en SOA’s? Maar ook: hoe zorg ik ervoor dat ik straks gewenst zwanger kan worden? Zodat mensen niet meer de houding aannemen van ‘we zien wel, en als het niet lukt is er altijd nog het wondermiddel IVF’. Dat is een verkeerde manier om met vruchtbaarheid om te gaan. Wat Shanti doet in het Expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen sluit daarbij aan. Er is nood aan psycho-sociale begeleiding, ook vóór een koppel een aantal IVF-pogingen achter de rug heeft.

Moet onze maatschappij anders leren omgaan met vruchtbaarheid?
Petra De Sutter: Er is in onze maatschappij een groeiende instrumentalisering. Als iemand stopt met de pil, wil ze nu meteen zwanger worden. Als dat niet snel genoeg gaat, neemt ze binnen de kortste keren haar toevlucht tot IVF. Mensen laten weinig of niets meer aan het toeval over. Ze willen alles plannen en controleren. Ik pleit voor een andere houding in verband met vruchtbaarheid. We zullen moeten leren ons gezin op een andere manier uit te bouwen. We moeten daarvoor leren op een andere manier in het leven te staan. Ik wil de stem zijn die daartoe oproept. Er is een andere manier om tot zwangerschap te komen. Een anekdote: een collega van mij heeft een dochter in New York die op haar 38ste zwanger werd. Haar vrienden en kennissen vroegen haar zonder uitzondering: ‘Naar welk centrum ben je geweest?’ Gewoon afwachten en vanzelf zwanger worden was voor hen geen optie meer. Ik pleit absoluut niet voor dat model. Door in te zetten op een andere seksuele (en dus reproductieve!) voorlichting kan dat veranderen. Daarvoor moet aandacht zijn in de opleiding, in de eindtermen, enz. We moeten opnieuw leren om vruchtbaarheid op een positieve manier te benaderen, en niet alleen als iets dat op cruciale momenten roet in het eten kan gooien en daarna op commando moet werken.

Wat is uw standpunt tegenover nieuwe medische technologieën rond vruchtbaarheid?
Petra De Sutter: Ik wil een genuanceerd verhaal brengen. Ik ben zeker geen tegenstander van nieuwe medische technologieën. Ik wil niet terug naar vroeger, of naar het volledig ondergaan van de natuur. Maar mijn boodschap is: die technologie moet de plaats krijgen die ze verdient. Technologie moet gebruikt worden als het nodig is. En ook dan gedoseerd en niet te laagdrempelig. Bijvoorbeeld niet meteen naar IVF grijpen, maar beginnen met hormoonstimulatie, inseminatie en daarna eventueel IVF. IVF heeft ook veel nadelen: het is emotioneel erg belastend voor het koppel. Van dag tot dag krijg je boodschappen die je euforisch blij en de dag nadien vreselijk verdrietig maken. De ene dag krijg je te horen dat er twee eicellen zijn gerijpt en opgepikt, de volgende dag dat ze beide niet bevrucht zijn. En zo gaat dat verder. Mensen ondergaan heel wat bij zo’n IVF-traject. Het is dus beter om niet meteen naar de zwaarste middelen te grijpen.

Als je de Mont Ventoux op wilt fietsen, en de band van je fiets is lek, kun je proberen om te voet te gaan. Of je kunt de auto nemen. Het is toch onzin om dan meteen een helikopter in te schakelen! Zo is het als je zonder gegronde reden met IVF begint.
Je kunt de vergelijking maken met de problematiek van onze mobiliteit. Ik ben ook niet tegen de auto op zichzelf. Ik zie wel dat er heel wat problemen mee samenhangen: de files, het grote aantal bedrijfswagens, de CO2-uitstoot … Maar we kunnen niet opeens allemaal alleen nog met de fiets gaan rijden. We moeten de auto de juiste plaats geven in het geheel. Voor sommige trajecten is de auto de beste oplossing, voor andere zijn er veel betere alternatieven. Zo is het ook met vruchtbaarheidsbehandelingen. Ik pleit ervoor om de techniek te gebruiken waar hij nodig is.

Tekst: Kolet Janssen