Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Interview met Jan, wensvader

by Jan
by Jan

Hoe belangrijk is het voor jou om kinderen te krijgen?

Jan: Al van toen ik een jaar of achttien was, wilde ik ooit graag kinderen krijgen. Ik wilde graag een jonge vader worden. Maar je moet natuurlijk een beetje geluk hebben met het moment waarop je je partner leert kennen. Wij kennen elkaar nu iets meer dan vijf jaar. Ook voor mijn partner Melissa hoorde kinderen krijgen bij het beeld dat ze had van haar toekomst. Op dat vlak passen we zeker bij elkaar. Ik zou nooit een relatie hebben verder gezet met iemand die absoluut geen kinderen wilde. We kwamen overeen in ons verlangen naar kinderen. Dan is het natuurlijk extra moeilijk als het niet lukt.

Wat is het verloop van jullie traject naar een kind tot nu toe?

Jan: We zijn er in november 2012 aan ‘begonnen’. Het eerste half jaar was er nog geen enkele reden om ons zorgen te maken. Maar toen kreeg Melissa opeens geen regels meer, en ze was ook niet in verwachting. Toen was het voor ons duidelijk dat er iets vreemds aan de hand was. Bij de dokter kregen we de diagnose PCOS en er volgde een medisch traject. Dat gebeurde dus al vrij snel, we waren op dat moment nog geen jaar aan het ‘proberen’.
We gingen naar de gynaecoloog, die allerlei medicatie uitprobeerde. Melissa heeft ook last van endometriose. Telkens opnieuw lukte het niet en telkens moesten we dan weer een stapje verder zetten in de behandeling. Zo werd er besloten tot inseminaties, maar ook dat werd geen succes. En nu zijn we bezig met IVF en ICSI. Vorig jaar is er een poging gelukt, maar zijn we het kindje na enkele weken verloren. Dat was natuurlijk een grote teleurstelling. We zijn nu bezig met de derde IVF-cyclus. Telkens opnieuw krijgen we te horen: ‘Het gaat goed, het kan nu elk moment lukken.’ Maar telkens opnieuw lukt het niet. Dat is enerzijds hoopgevend, maar tegelijk ook slopend.

Wat waren voor jou de moeilijkste momenten in dit traject?

Jan: Ik vond het moeilijk telkens als we weer een verdere, nieuwe stap in de behandelingsmethoden moesten zetten. Eerst waren we bezig met medicatie, daarna inseminatie, daarna de IVF. Telkens opnieuw krijg je nieuwe hoop: hiermee zal het wel lukken. Maar ook dat valt dan weer tegen. En de zwaarste tegenslag was natuurlijk onze miskraam. Dan wordt je hoop echt de bodem ingeslagen.

Is er een verschil tussen jou en je partner in het omgaan hiermee?

Jan: Ik merk dat mijn vrouw er meer constant mee bezig is dan ik. Het houdt mij zeker sterk bezig, maar ik kan het iets makkelijker van me afzetten. Als ik bezig ben met mijn werk, slaag ik er echt wel in om er niet te veel aan te denken. Bij Melissa is dat anders, en dat is ook verklaarbaar omdat het zich voornamelijk in hààr lichaam afspeelt. Ik weet dat zij voortdurend haar lichaam aftast en speurt naar signalen. Dat is logisch, denk ik. Bij een terugplaatsing is zij voortdurend alert voor wat ze overal voelt. Ze gaat het vergelijken met vorige pogingen en helemaal analyseren. Ze is daar constant op gefocust. Dat maakt dat zij het veel minder kan loslaten. Ik kan het soms echt uit mijn hoofd zetten, maar als vrouw is dat veel moeilijker. We accepteren dat gelukkig van elkaar. En ik denk wel dat Melissa vindt dat ik voor haar een goede steun ben.

Hoe doe je dat, elkaar steunen?

Jan: Mijn steun bestaat voornamelijk uit luisteren. Wij kunnen echt goed luisteren naar elkaar. Op echt zware momenten, als we net weer slecht nieuws hebben gekregen of toen we een miskraam hadden, zitten we gewoon samen, zonder iets te doen. Het is heel goed om dan bij elkaar te zijn en daar hebben we dan ook allebei behoefte aan. We kunnen dan samen kwaad zijn, samen vloeken. Zo proberen we de energie te vinden om verder te doen.
Als Melissa naar Shanti is geweest, vertelt ze daarover. Zelf ben ik één keer mee geweest, naar een wandeling. Ik vind het wel fijn dat Melissa veel heeft aan de begeleiding van Shanti.
Ik ben wel eens in een fase geweest waarin ik dacht: het is genoeg geweest. Maar dan denk ik: het is tenslotte Melissa die het allemaal moet ondergaan, telkens weer. Ik vind dat zij een zwaardere stem heeft dan ik in de beslissing hoe ver ze wil gaan. Als zij ooit zou besluiten om te stoppen, zal dat oké zijn voor mij. We weten van elkaar heel goed hoe we daar tegenover staan.

Kun jij je eventueel een leven zonder kinderen voorstellen?

Jan: Oorspronkelijk niet, maar in de loop van de jaren denk je daar natuurlijk samen wel over na. Het wordt nu stilaan voorstelbaar. Liefst van al willen we kinderen, nog steeds. Maar als dat echt niet zou lukken, zullen we ons leven anders uitbouwen. We zouden dan kunnen genieten van de ‘voordelen’ van een leven zonder kinderen: meer vrijheid, minder aan huis gebonden zijn, en dergelijke. Dat doen we nu ook al: we blijven zeker niet thuis in een hoekje zitten. We gaan regelmatig naar het buitenland. Misschien zouden we als we geen kinderen krijgen, wel voor een hele periode in het buitenland gaan wonen. Zoiets doe je wellicht minder gauw met kinderen. Is dat een vlucht? Een beetje wel, misschien. Maar het zou ook een manier zijn om aan een nieuw stuk van je leven te beginnen.

Wat doen jullie om het vol te houden? Hoe houden jullie het leven leuk?

Jan: Wij proberen er heel gepland voor te zorgen dat we altijd iets fijns hebben om naar uit te kijken. We doen ook regelmatig echt iets leuks samen en daar genieten we zeker van. Dat werkt voor ons goed en ik denk dat het ook een goede tip is voor anderen in zo’n situatie. Dat kan een reis zijn of een ander project. Zo hebben we ons trouwfeest georganiseerd. We hebben een huis gekocht en opgeknapt. Dat zijn altijd leuke projecten en zo houden we het beter vol. We kunnen dan onze energie daarin stoppen.
Verder ga ik ook regelmatig sporten. Dat helpt mij om mijn hoofd leeg te maken. Ik heb altijd veel gesport en ik ga nu geregeld fietsen. In de zomer heb ik in mijn eentje een grote fietstocht gemaakt in Frankrijk, om er even helemaal tussenuit te zijn. Melissa begrijpt dat en vindt het prima. We gaan ook veel samen wandelen, als voorbereiding op de Oxfam Trail Walk die wij samen met Melissa’s vader willen gaan doen in de zomer.
Wat bij ons ook goed helpt om ermee om te gaan, is humor. Wij proberen onze situatie te relativeren door er veel grapjes over te maken, ook al is het eerder om te huilen dan om te lachen. Maar ermee lachen helpt ons vooruit en brengt ons ook dichter bij elkaar.

Hoe reageert de omgeving op jullie kinderwensprobleem?

Jan: Heel vaak krijg ik de vraag: ‘Hoe is het met Melissa?’ Mensen denken er niet aan dat het ook mijn probleem is. Of ze durven er niet naar vragen. Misschien is het ook een manier om er een gesprek over te beginnen, want dan kan ik vertellen over hoe het ervoor staat. Ik heb een paar goede vrienden en die reageren ook tegenover mij heel begripvol. Ze vragen ernaar en luisteren naar mijn verhaal en houden er rekening mee. Maar in het algemeen vind ik de reacties van mijn kameraden en collega’s niet zo fijn. Heel wat mensen gaan er op een vreemde manier mee om. De meesten informeren er nooit naar, hoewel ik duidelijk verteld heb over onze kinderwensproblemen. Het gebeurt regelmatig dat iemand boudweg een zwangerschap aankondigt, zonder mij van tevoren bijvoorbeeld even een mailtje te sturen. Ik zou het erg appreciëren als mensen daar wat omzichtiger mee zouden omgaan. Misschien beseffen ze niet hoe moeilijk zoiets is. Ik heb vooral mannelijke collega’s van dezelfde leeftijd, dus er zijn veel zwangerschappen en geboortes in die groep. Ik begrijp zeker dat hun leefwereld erg rond hun kinderen draait, maar ik mag toch wat meer omzichtigheid verwachten, vind ik. Bij vrouwen op het werk is dat overigens niet veel beter, geloof ik. Waarom gedragen mensen zich zo? Het zal wel een mengeling zijn van verschillende factoren: vergetelheid, nonchalance, gefocust zijn op zichzelf…

Van mijn familie krijgen we wel steun. Mijn ouders reageren heel begripvol, als wij bijvoorbeeld niet naar een familiefeestje komen rond Nieuwjaar en liever op reis gaan. Ze vinden dat helemaal oké. Mijn broers reageren ook goed.
Ik blijf het toch vreemd vinden dat er in onze maatschappij zo’n taboe hangt rond kinderwensproblemen. Je kiest daar toch niet zelf voor? Je kunt er ook niets aan doen, je bent niet schuldig. Waarom zou je je er dan voor moeten schamen? Bij mannen speelt misschien nog mee dat het bij het beeld van een viriele macho hoort om je vrouw zwanger te maken. Maar ik blijf het toch heel raar vinden, dat taboe. Hoe eerder dat verdwijnt, hoe beter!