Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

Het verhaal van Lobke (8)

Lobke blogt (8)

Er is een nieuwe poging gestart voor het terugplaatsen van een ingevroren embryo.
De dagen voor de terugplaatsing word ik overspoeld door stress. Zal het embryo nu wel goed ontdooien? Het ging een hele periode goed, maar nu zitten de tranen opnieuw hoog.
Het is bang afwachten tot op de dag van de terugplaatsing. Het telefoongesprek met de vroedvrouw brengt opluchting. Het ontdooien is gelukt en dus gaat de terugplaatsing door.

Enkele dagen voor de bloedafname om te achterhalen of ik zwanger ben, voel ik me heel verdrietig. Ik heb nergens zin in, niets kan me boeien. Het lijkt alsof ik nu al rouw om een mislukte poging, terwijl ik het resultaat nog niet eens ken. Ik bereid er mezelf nu al op voor. Is dat zelfbescherming?

Aan de andere kant voelt het comfortabel om hoop te hebben. Maar is dat wel realistisch? Ik durf niet te hopen. Ik ben bang dat ik op die manier in een diepe put zal vallen als ik niet zwanger zal zijn. Maar op dit moment geen hoop hebben is ook niet goed. Dat maakt me ongelukkig. Ik weet niet hoe ik me moet voelen. Mag ik nu al verdriet hebben, ook al ken ik de uitslag nog niet? Of zal ik hoop koesteren?

Lobke blogt (8bis)

Het is moeilijk om die laatste dagen voor de bloedafname te overbruggen. Ik weet niet wat ik moet denken en hoe ik me voel. Ik kan niet meer wachten. Ik wil het resultaat nu al weten. Maar ik wacht, letterlijk. Ik zou een hele dag thuis kunnen zitten en niets doen, gewoon wachten. Ik moet me forceren om het huishouden te doen, om te koken…

Plots vraag ik me af of we ooit nog zwanger zullen worden. Iedereen zegt dat we de moed niet mogen opgeven. Maar niemand zegt erbij hoe we dat moeten doen. Ondertussen is het bijna drie jaar dat we proberen zwanger te worden. Is het dan niet normaal dat de moed soms ver te zoeken is? Laat me dus ook maar eens moedeloos zijn. Ik kan niet continu sterk zijn en blijven strijden. Het doet soms deugd om me eens te laten gaan in die moedeloosheid. Nadien zal ik me wel herpakken. Lieve mensen, laat die commentaar dus maar achterwege!

Met mijn vriend kan ik erover praten. Hij ziet immers ook dat het niet goed met me gaat.
We komen samen tot de conclusie dat er naast hoop wel nog vertrouwen kan zijn. Vertrouwen in de natuur, in het leven… Vanaf nu is vertrouwen onze nieuwe hoop.

Mijn vriend kan ervoor zorgen dat ik me herpak. Hij neemt me mee naar buiten. We maken een fietstocht en mijn humeur verandert snel. Op dat moment kan ik de knop omdraaien. Er is terug hoop… of is het vertrouwen? Maar ondertussen wacht ik met een bang hart af hoe diep die put zal zijn.

Telkens als ik naar toilet ga heb ik schrik. Zal er bloedverlies zijn? Maar met mijn vriend ben ik overeengekomen dat er hoop is zolang er geen bloedverlies is. Op die manier lukt het om die laatste dagen te overleven.

Mijn vriend houdt me overeind.