Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

De wens van Els (4)

Mijn imaginair kindje — by Els
Mijn imaginair kindje — by Els

Ik had een afspraak bij de fertiliteitsdokter deze week, maar die werd verplaatst naar volgende week. Jammer, nu moet ik nog langer wachten tot ik weet wat de volgende stap is. Al zal een week ook niet zo veel uitmaken.

Wel ging ik langs bij de psychologe van het fertiliteitscentrum en dat was een aangenaam gesprek. Volgens haar moet ik aan mensen in mijn nabije omgeving vertellen dat het mij pijn doet als zij zwanger zijn en pasgeboren baby’s hebben. Die avond ging ik ook nog naar Kinderwens, en Shanti zei zelfs dat ik die situaties liever moest vermijden op dit moment. Dat is natuurlijk allemaal niet zo gemakkelijk. Ik ben ook blij voor mijn naasten die zwanger zijn of baby’s hebben. De psychologe benadrukte echter dat het altijd maar blij zijn voor anderen, mijn eigen gevoelens onderdrukt en zelfs wegduwt. Het gevaar bestaat dat ik zelfs niet meer in de buurt wil komen van pas bevallen of zwangere vrouwen. Dat zou ik jammer vinden, maar het kan best ooit zo ver komen. Ik ging al naar de Kinderwenspraatcafé’s en daar zijn vrouwen die het echt mijden. Ik hoop van harte dat het bij mij nooit zo ver gaat komen. Op dit moment geniet ik nog van de baby’s van naasten. Maar toch durfde een vriendin me een poosje geleden amper te vertellen dat ze zwanger was. Het is misschien wel mooi dat mensen rekening met me willen houden, maar soms heb ik ook zoiets van: ‘Doe maar gewoon.’

Het is er natuurlijk wel: de pijn als anderen vertellen dat ze zwanger zijn. Babycadeautjes voor anderen kopen, terwijl je ze liever voor je eigen baby zou willen kopen, dat is behoorlijk pijnlijk. Maar ik doe het en dan nog zei iemand me: ‘Dat is wel plezant, zeker, al die babykleertjes kopen.’ Nee, eigenlijk niet of ergens toch weer wel, want het doet me ook weer dromen over mijn eigen kleintje. Tegelijkertijd doet het pijn natuurlijk. Ik wilde dat ik met een dikke buik kleertjes zat uit te kiezen voor mijn eigen kleintje. Het zoontje van een vriendin vroeg hoe ik mijn kindje zou noemen als ik er eentje zou krijgen. Hij vangt hier en daar iets op als ik er met zijn moeder over bezig ben. Haar situatie is helemaal anders: zij kan momenteel geen tweede kind krijgen. Soms denk ik weleens dat ze al blij mag zijn dat ze er eentje heeft, maar ik begrijp haar wel. En zij begrijpt mij. Haar zoontje is zes nu en vangt dus af en toe iets op. Op zijn vraag antwoordde ik trouwens ‘Rune als het een jongen is en Fleur als het een meisje is.’ Dat vond hij oké, want er zit een Rune in zijn klas en dat is een hele toffe en er zit ook een Fleur is zijn klas en voor een meisje is dat ook wel een leuke. Voilà, de namen zijn goedgekeurd. Dat had ik nodig: de zegening van een zesjarig jongetje. Ik hou wel van dat kereltje. Hij steunt mij ook, op zijn eigen kinderlijke manier.

Verder heb ik met de psychologe gepraat over wat ik ga vertellen aan mijn kind als hij of zij naar zijn of haar papa vraagt. Ik ga zeggen dat mama’s eitjes hebben en papa’s zaadjes en dat daar kindjes uitkomen, maar dat ik geen papa had en dat ik dan een zaadje in het ziekenhuis ben gaan halen. Dat vond ze een goede uitleg. Ze gaf ook wat informatie mee over dit onderwerp. Op de site van de verdwaalde ooievaar staat blijkbaar een lange tekst hoe je dat aanpakt. Ze gaf ook de titel mee van een boekje over zaadjes en eitjes. Toen ik dan zelf vroeg of ik mijn kind niet een deel van zijn identiteit afnam, zei ze dat de meeste kinderen van alleenstaanden geen vaderfiguur missen. Als dat wel zo is, zijn ze doorgaans niet met liefde omringd geweest. Nu, ik ben van plan mijn kleintje veel liefde te geven, heel veel liefde. Ik wil een gelukkig kind, dat blij is met mij als mama en helemaal geen papa. Maar ik ben daar wel mee bezig, ik heb een tijdje gedacht aan een gekende donor. Dan zou mijn kind later naar zijn verwekker kunnen stappen om eventuele ontbrekende puzzelstukjes op te vullen. Ik had zelfs een kandidaat, maar uiteindelijk heb ik ervan afgezien. Het leek me alles alleen maar ingewikkelder te maken. Ik ben niet helemaal gerustgesteld met de uitleg van de psychologe. Ik weet natuurlijk niet hoe mijn kind erover gaat denken, maar misschien heeft hij wel karaktereigenschappen waarvan hij wil weten waarvan ze komen, omdat ik ze totaal niet heb bijvoorbeeld. Ik weet dat niet en dat zal de toekomst moeten uitwijzen.

Verder zei ze nog dat Clomid nog maar de eerste stap is bij PCOS en dat er nog vele kunnen volgen. Ik ben dus vol hoop en ik kijk uit naar mijn afspraak met de dokter op 17 februari.