Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

De wens van Els (11)

geitjes in het park

Stilaan word ik een beetje zot, geloof ik. In april had ik een drilling van mijn eierstokken, met de bedoeling om mijn menstruatie te gaan krijgen. Maar eerst moeten die worden opgewekt en dat gebeurt met de pil. Sommige mensen kijken raar op als ik dat vertel. De pil? Die neem je toch juist om niet zwanger te raken? Maar na het stoppen met de pil krijg je normaal bloedingen. Dat is bij mij echter niet altijd zo. Soms kreeg ik ze, soms helemaal niet en soms pas na tien dagen.

Vorige week ben ik dus gestopt met de pil. Maandag maakte ik een vreugdesprongetje. Ik ging naar de wc en zag op het wc-papier een paar roodbruine slierten. Dat is het begin, dacht ik. Ik was zo blij. Maar op donderdag zit ik nog steeds in hetzelfde stadium. Ik doe een inlegkruisje aan zonder reden, het blijft wel tevoorschijn komen op mijn wc-papier. Dat geeft echt geen fijn gevoel. Ik loop de muren op. Ik begin te denken dat inseminatie helemaal niet zal lukken. Ergens heb ik nog hoop dat ze morgen doorkomen of overmorgen of de dag erna. Maar ik merk wel dat ik me er onrustig bij voel. Ik heb het gevoel dat die operatie misschien wel helemaal voor niets is geweest. Dat zou een echte grote teleurstelling zijn. Maar ik blijf hopen, ik blijf hopen. Als de bloedingen vrijdag nog niet echt doorkomen, bel ik naar het fertiliteitscentrum.

En ondertussen heb je mensen (en ze bedoelen het goed) die je willen overtuigen om toch niet aan kinderen te beginnen. ‘Je slaapt al zo slecht, dat betert er niet op.’ Ik kan dan enkel denken: ik ben ervan overtuigd dat ik een slechte nachtrust ga hebben als ik een kind krijg. Langs de andere kant: ik ben dat al jaren gewoon. Mijn plan is trouwens om het kind bij mij te leggen ‘s nachts. In het begin in zo’n co-sleeper, daarna gewoon mee in bed. Ik ken ook verhalen van kinderen die na een paar maanden zelf de borst zoeken, zodat de moeder min of meer slaapt terwijl het kind drinkt. In mijn oren klinkt dit nogal utopisch, maar het bestaat kennelijk. Mijn moeder zei dat ik beter flesjes kon geven, dat is beter voor de nachtrust. Ik heb dat opgezocht, maar het klopt helemaal niet. Want bij flesjes moet je er net uit en dan ben je helemaal wakker. Bij borstvoeding blijf je gewoon liggen. Nu ja, ik ben er ook van overtuigd dat ik totaal nog niet weet wat het is om een baby in huis te hebben. Iedereen zegt dat ik daar vrij realistisch over denk, maar toch, het is zoals met vele dingen: je weet pas wat het is als je het zelf meemaakt.

Je weet namelijk ook pas wat het is om een onvervulde kinderwens te hebben als je dat zelf meemaakt of toch ooit in die positie gezeten hebt. Ik merk het dagdagelijks, mensen die me zeggen dat ik nu zo vrij ben en met een kind niet meer. Ik ga heel graag naar concerten, maar ik ben zondermeer bereid om jaren niet meer naar concerten te gaan in ruil voor een kind. Mijn vrienden zijn er trouwens wel van overtuig dat ik mijn kind gewoon mee zou nemen naar de festivals: draagdoek in en koptelefoon op. (Ja, ik wil dragen. Het is niet alleen veel goedkoper, maar ook veel beter voor de hechting). Ik zie me dat inderdaad zo doen, ja. En die mensen die het hebben over onvoldoende nachtrust: ik zie dat in, ik begrijp het ook en ik ben me ervan bewust dat ik er in het begin veeleer als een zombie zal bij lopen, maar dat heb ik er graag voor over.

Afgelopen zondag was het de startdag van de kinderwensweek en toen kon ik erover praten met lotgenoten. Ik heb me bij andere vrouwen zelden zo goed begrepen gevoeld. We krijgen ze allemaal te horen: die zaken waarvoor we blij moeten zijn geen kinderen te hebben. We vinden het echter allemaal tekens van onbegrip en we verstaan van elkaar hoeveel pijn die opmerkingen doen. Wensouders hebben het ook vaak niet zo op zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s. Persoonlijk lijk ik het moeilijker te hebben met zwangere buiken dan met baby’s. Ik voelde me begrepen. We hebben gepraat over fertiliteitscentra, over embryo’s, eicellen en zaadcellen, over ons verdriet over ons afwezige kind en over onze sterrenkindjes. Ik wil iedereen daar graag voor bedanken.

En vandaag was ik gewoon blij met de vraag van een vriendin om naar het park te gaan. Maar zelfs daar zagen we nieuw leven. Kleine geitjes speelden voor onze ogen. Zelfs bij dat vrolijke tafereel dacht ik aan dat kind dat misschien zal komen.