Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

De wens van Els (10)

De wens van Els (10)

Ik ben net terug thuis van het Expertisecentrum Kinderwens Vlaanderen, het is zondagavond en bijna middernacht. Het was geen geplande afspraak, maar ik voelde me vandaag erg slecht. Ik dacht voortdurend terug aan zes jaar geleden. Toen verloren ik en mijn ex ons Sterreke. Zes jaar al, wat vliegt de tijd snel. Bij de herinneringen op Facebook aan die dag zag ik dat ik toen had enkel had gepost: ‘We hebben vreselijk nieuws gehoord.’ Niets meer en niets minder. Bijna niemand wist waarover het ging, want niemand wist dat we een kindje onderweg hadden. Ik scrolde verder op Facebook en kwam bij een bericht van kinderwensbloggers het ging over Moederdag en hoe leeg Moederdag is als wensouder.

Bij mij is Moederdag sinds zes jaar geleden onverbiddelijk gekoppeld aan het verlies van ons kindje. Ik weet nog dat ik met mijn zus en moeder die dag een ontbijt met bubbels had gepland voor mijn moeder. Ik weet nog hoe ik hoe ik meer zin had om te wenen dan om te genieten. Het was een verschrikkelijke dag. Ik weet ook nog dat mijn moeder zei dat ‘Moederdag voor mij nu wel raar moest aanvoelen’. Meer werd er toen niet over gezegd. Ik was blij dat ik toen terug thuis was. Was dat waarom ik me ik me vandaag zo slecht voelde? Of was het ook angst?

Ik zocht naar hulp. Ik vroeg een vriendin per sms of het oké was om te bellen, omdat ik een luisterend oor wilde. Maar ik kreeg geen reactie. Waarschijnlijk had ze haar gsm niet gehoord. Ik stuurde een bericht naar iemand anders, ik schreef dat ik me even rotslecht voelde vandaag. Zij stuurde terug ‘dat mag’. Ik sprak iemand aan op Facebook, zij deed haar best, maar ik had het gevoel dat ze me niet begreep. Ik belde nog een vriendin, maar die nam niet op. Uiteindelijk stuurde ik een mail naar Shanti van Kinderwens, een mail die echt riep ‘Help!’. Ik kreeg bericht terug dat ik die avond nog mocht langskomen als ik wilde. Dat liet ik me geen twee keer zeggen: ik was zo dankbaar en ging gretig op haar aanbod in.

Toen ik bij Shanti aankwam, begon ik te vertellen. Over ons Sterre… want die naam gaven ik en mijn ex, omdat het voor altijd ons Sterrekind zou zijn. Ik weet nog dat niemand ervan wist, we zouden dat weekend iedereen gaan vertellen dat we aan gezinsuitbreiding deden. Ik had een boekje voor mijn ouders gekocht: ‘het grote doe-boek voor oma’s en opa’s’. Vrijdag sloeg de bom in: ons kindje zou het niet halen. Op dat moment waren we 14 weken ver. We vertelden onze ouders dat er een kindje onderweg was geweest, ook aan vrienden vertelden we het. We kregen heel uiteenlopende reacties. De ergste was van de vrouw en goede vriendin van me die we meter wilde maken. Zij zei gewoon dat het niets was en dat we verder moesten gaan. Onze relatie is nooit meer goed gekomen.

Natuurlijk, ik besef ook wel dat dat kindje er voor niemand, behalve ons, geweest is, maar wij hadden echt verdriet, heel veel verdriet zelfs. En allebei hadden we het gevoel dat we er alleen voor stonden, dat niemand ons begreep. We weenden veel uit bij elkaar, maar we kregen ook vele frustraties naar elkaar toe. Ik denk soms dat dit het begin was van de kraakjes in onze relatie. Nu weet ik ook dat dit dan inderdaad wel meer het gevolg is. Uiteindelijk gingen we er ieder op onze eigen manier mee om, maar de pijn was even groot bij ons beiden. Daar ben ik nog steeds zeker van. Alleen, voor mijn ex hoefde het niet meer: dat hele gedoe met vruchtbaarheidsbehandelingen. Maar mijn kinderwens was zo groot dat ik het niet wilde opgeven na die éne keer.

Nu, zes jaar later, huilde ik weer bij Shanti. Ik vertelde ook dat ik sindsdien liever wegloop van Moederdag en dat het dit jaar nog erger lijkt dan anders. Misschien niet zo vreemd… Ik vertelde haar dat ik die dag heb afgesproken met een kameraad om ergens naartoe te gaan. Shanti vond dat een goed idee.

Maar ik praatte verder en er kwamen nog andere dingen naar boven. Ik vertelde haar dat ik schrik had. Ik heb in een ver verleden psychische problemen gehad. Ik ben daar uit en voel me al jaren heel tevreden. Maar toch vertelde ik haar dat ik zo veel schrik had voor een postnatale depressie. Ook al had de psychiater bij wie ik regelmatig op gesprek ga, me verteld dat ik niet meer kans heb op een postnatale depressie dan iemand anders. Ik vertelde Shanti dat ik gedroomd had dat ik op de psychiatrische afdeling van toen lag en dat ze mijn kind op de afdeling pediatrie hadden gelegd, omdat er geen opvang voor was. Ik vertelde ook dat mijn moeder dat alleenstaande moederschap niet zo ziet zitten, juist omdat ik ooit in de psychiatrie gezeten heb. Ik weet wel dat ze zoiets uit bezorgdheid zegt, maar ze stigmatiseert me er wel mee. Shanti stelde me gerust, ze verzekerde me dat ik nu een sterke, jonge vrouw ben die er staat en dat al die angsten ook normaal zijn. Dat weet ik natuurlijk wel, maar af en toe wil ik het ook wel eens horen.

Shanti opperde nog dat ik mijn moeder misschien kan zeggen dat ik meer steun van haar wil. Misschien wel, dacht ik nog. Het doet inderdaad soms wel pijn dat andere alleenstaanden met hun moeder naar het fertiliteitscentrum gaan. Maar ik moet toegeven: ik heb het haar ook nog nooit gevraagd.

Ik ben de laatste dagen erg emotioneel. Dat zou ook te maken hebben met de hormonen die ik sinds de operatie produceer. En omdat ik volgens Shanti besef dat het nu allemaal wel heel snel kan gaan. Het is normaal dat daar angst bij komt kijken. We hebben afgesproken dat ik een brief schrijf naar ons Sterre. Nu, zes jaar later, want toen heb ik er ook één geschreven. De pijn gaat minder worden, zei Shanti, als je een echt kind van vlees en bloed hebt rondlopen, maar ze gaat er wel altijd zijn. Dat zou mooi zijn. Het voornemen dat ik deze zomer maakte, is er sowieso nog steeds. Als mijn kind geboren is, ga ik een kleine tattoo laten zetten: ééntje dat mijn (levend) kind en mijn sterrenkindje met elkaar verbindt.

Ik ben bij de fertiliteitsarts geweest. De planning is: de pil nemen, bellen tijdens de menstruaties, echo’s laten nemen en Menopur in de buik spuiten. Afhankelijk van mijn reactie herop volgt inseminatie. Op hoop van zege, want ondanks alle angst wil ik nog steeds niets liever dan een kind!