Het kinderwensmagazine is een initiatief van Kinderwens Vlaanderen en wil zoveel mogelijk wensouders bijstaan in deze kwetsbare periode van hun leven. Experts en wensouders informeren u en schrijven eerlijke verhalen over bepaalde thema’s rondom de thematiek kinderwens.

David van Donorfamilies vzw: Supertrots op ons gezin!

logo Donorfamilies vzw

Wat was jullie grootste zorg toen jullie aan donorkinderen begonnen? En hoe ging het dan in de realiteit?
Nadat we te weten zijn gekomen dat ik onvruchtbaar ben, werden we door de fertiliteitsspecialist van een perifeer ziekenhuis naar het fertiliteitscentrum verwezen. In het fertiliteitscentrum werd KID - Kunstmatige Inseminatie met Donorsperma - als antwoord op onze kinderwens voorgesteld. Zonder al te veel overwegingen zijn we daarop ingegaan.

Als we daarop terugblikken, is die beslissing misschien wel wat te overhaast genomen. Het is wel nodig om dat in het juiste perspectief te zien. Een eerste contact was er in 2006. Toen kwam gezinsvorming dankzij donorgameten zo goed als niet in de media. De uitleg die we toen kregen van de artsen, was bijna alleen maar medisch: wat een dergelijke behandeling technisch inhield, welke stappen er genomen moesten worden en hoe er gestart kon worden.

De counseling beperkte zich tot tweemaal een half uur waarbij we het gevoel hadden dat we vooral gescreend werden: zouden we wel in aanmerking kunnen komen voor de behandeling? Het leek eerder op een examen waarvoor we moesten slagen. Ik herinner me wel dat de counselor een beetje polste hoe we er tegenaan keken, hoe we dachten over vertellen of niet, en we kregen het verzoek om informatie op te zoeken via Donor Conception Network (http://www.dcnetwork.org, een ondersteunend netwerk in het Verenigd Koninkrijk voor families die zich met donorconceptie hebben gevormd). Maar een goed en onderbouwd gesprek hebben we daar niet gevoerd, en we kregen ook geen concreet materiaal om thuis daarover te spreken.

Onze ervaring is dat dergelijke vorm van counseling ruimschoots onvoldoende is. Vandaar het gevoel dat ik heb dat onze beslissing misschien te snel is genomen. We horen dat de counseling al verbeterd is, maar tegelijkertijd is er toch nog het ontbreken van goed materiaal voor de wensouders om er uitgebreider en dieper over te reflecteren. Daarom is het boek Anders en toch gewoon. Families na donorconceptie van Astrid Indekeu zo belangrijk, want dat vult deze leemte in.

Voor alle duidelijk: ik heb absoluut geen spijt van onze keuze! Ik ben héél blij met en supertrots op mijn kinderen en ons gezin.

Waren er onverwachte gevoelens, problemen of vragen in de loop van jullie avontuur met de kinderen? Dingen waarbij jullie van tevoren niet hadden stilgestaan?
Zoals eerder vermeld, vind ik dat we niet zo goed voorbereid zijn gestart. Dus af en toe komen we uitdagingen en vragen tegen die we zo goed mogelijk proberen aan te pakken.

Een voorbeeld is het vertellen aan anderen. Totdat je kind wat mondiger is en naar school gaat, heb je dit als ouder ‘onder controle’. Nadien verschuift de vraag meer naar: hoe kunnen we onze kinderen ondersteunen in het zelf vertellen aan bv. de vriendjes, de klas, de juf… Iets waar ik niet bij had stilgestaan en wat nog gaat komen, is, dat naast het feit dat onze kinderen vragen zullen hebben over de donor, ze ook vragen gaan hebben over hun mogelijke halfbroers en -zussen. Dat maakt het allemaal nog complexer.

Hoe gaan de kinderen met het gegeven om?
Onze kinderen zijn 7, 5 en 3 jaar oud. Wij hebben vanaf jonge leeftijd over onze gezinsvorming gesproken. Ik vermoed dat het voor hen nu geen issue is, juist omdat we ‘ons verhaal’ brengen op een rustige, open wijze. Onze zoon van 7 jaar komt wel op een leeftijd waarop hij er anders over gaat nadenken dan zijn jongere zussen, maar hij is een tamelijk gesloten jongen, waardoor hij het zelf zo goed als nooit ter sprake brengt. De meisjes staan er niet echt veel bij stil.

Hoe gaan jullie reageren als de kinderen ooit de wens uiten om te achterhalen wie hun donor is? Als ze hem misschien willen ontmoeten? Als ze op zoek gaan naar broers of zussen?
We zijn er ons van bewust dat, ook al zijn we zo open mogelijk en is er geen geheimhouding voor van onze kinderen over onze gezinsvorming, vanaf de tienerjaren, wanneer hun identiteitsvorming volop aan de gang is, ze op hun eigen manier zullen denken en voelen over donorconceptie en elk hun eigen vragen zullen formuleren. We hebben veel begrip voor deze vragen en zullen onze kinderen zo goed mogelijk ondersteunen. In tegenstelling tot bij de aanvang van de behandeling, toen dachten we donor liever weg, kent de donor nu een niet-bedreigende plek voor ons als ouder. Oudere donorkinderen bevestigen ook het vaderschap niet in het gedrang komt door de donor, dat het twee afzonderlijke zaken zijn.

Hoe reageert / reageerde de familie?
Onze familie reageerde heel begripvol. Het onderwerp wordt door onze ouders zelf nooit aangesneden, terwijl onze zussen en broers dit wel al eens aanhalen. Dit heeft misschien te maken met het feit dat de jongere generatie ook meer in contact komt met verschillende gezinsvormen?

Hoe reageert / reageerde de bredere omgeving?
Over het algemeen positief! We hebben geen negatieve reacties gekregen.
Vaak krijg ik wel de reactie, als het gaat over het taboe dat er nog op rust, dat het toch geen probleem meer is tegenwoordig. Maar ik merk wel dat er dan vlotjes wordt overgegaan. Als ik dan spreek over de halfbroers en -zussen bijvoorbeeld, dan is er toch een aarzelende reactie. Gezinsvorming met donorgameten blijkt iets te zijn waarover veel mensen nog niet zo grondig hebben nagedacht, en wat soms onverwachte kanten heeft.

Raden jullie deze vorm van conceptie aan iedereen aan of moet je volgens jullie aan bepaalde 'criteria' voldoen?
Ik vind niet dat er vaste criteria bestaan. Elke wensouder zou deze beslissing zelf moeten kunnen nemen, mits vooraf goed geïnformeerd te zijn.

Wat is het mooiste / grappigste moment dat jullie op dat vlak ooit beleefden?
Een gesprek dat we een tweetal maanden geleden voerden aan onze keukentafel. De start was een uitspraak van mijn oudste dochter, 5 jaar. Ze zei: ‘Als een mama veel eet, wordt haar buik dikker en begint er een baby te groeien.’ Zo’n uitspraak is een uitgelezen kans om nog eens over onze gezinsvorming te praten. We vertelden, samen met onze zoon van 7 jaar, dat baby’s niet op die manier in de buik van een mama beginnen te groeien, dat je daar een eitje van de mama en een zaadje van de papa voor nodig hebt, en als die elkaar vinden, dat er dán pas een baby begint te groeien. We vulden aan dat het bij ons anders is gelopen omdat de zaadjes van papa ziek zijn. Onze zoon wist dan te vertellen dat we daarom naar het ziekenhuis zijn geweest, want ‘daar zijn zaadjes van meneren die er te veel hebben!’. Onze jongste dochter, 3 jaar, hoorde dit gesprek over zaad- en eicellen en over baby's en wilde ook haar zeg hierover doen. Ze sloot af met: ‘In mijn brooddoos stak vanmiddag ook een babybel!’

Willen jullie zeker nog iets meegeven aan wensouders?
Zorg dat je je goed informeert over wat gezinsvorming met donorgameten allemaal kan betekenen! Vanuit onze vzw spreken we wel over een positief verhaal, maar als ouders in een gezin dat gevormd werd na donorconceptie ken je ook wel momenten van verdriet.
Een quote van Ken Daniels om mee te eindigen: ‘It wasn’t our ideal way to build a family, but it’s our ideal family!’

Donorfamilies vzw
Wij zijn een groep (wens)ouders die dankzij donorgameten een gezin hebben of dit overwegen. Ons doel is steun en informatie bieden aan deze (wens)ouders, hun families en omgeving om zo sterke donorfamilies te maken.

Wil je meer info? Op de hoogte blijven van activiteiten? Lid worden? Praten met andere (wens)ouders? Surf dan naar www.donorfamilies.be of mail naar info@donorfamilies.be.

Je kunt het boek Anders en toch gewoon. Families na donorconceptie van Astrid Indekeu ook bestellen via deze website. Het boek werd mee gefinancierd door de vereniging Donorfamilies vzw en een deeltje van de opbrengst gaat dan naar de vzw, die volledig op vrijwilligers draait.